Badplaats Scheveningen

In het jaar 1818 opende de Scheveninger Jacob Pronk Nz. het eerste badhuis, een klein houten gebouwtje met een wachtkamer en vier badkamertjes met uitzicht op zee. In 1820 verving hij het door een stenen gebouw.
In 1828 werd Pronk uitgekocht door de gemeente Den Haag, die hier het Stedelijk Badhuis liet bouwen, een gebouw met een centraal gedeelte en twee vleugels. Het Stedelijk Badhuis werd verbouwd tot hotel toen de particuliere stichting Maatschappij Zeebad met hulp van de gemeente in 1884 het Kurhaus bouwde. Dit gebouw in de stijl van de Italiaanse renaissance brandde een jaar later af, maar werd terstond herbouwd.
In 1901 werd het Kurhaus rechtstreeks verbonden met het nieuw gebouwde wandelhoofd (Pier). Het aantal slaapplaatsen in Scheveningen bleef sinds die tijd groeien.

Scheveningen is vooral ‘s zomers in belangrijke mate afhankelijk van met name dagtoerisme uit Nederland en Duitsland.