Auteursarchief: beheer

Coronavirus: Verpleeghuizen mogen een bezoeker per bewoner toelaten

DEN HAAG – De uitbraak van het coronavirus heeft grote invloed op ons leven. De maatregelen zijn en worden de komende weken wat versoepeld. Zo mogen vanaf vandaag verpleeghuizen weer bezoekers toestaan.

De belangrijkste punten van dit moment:

  • Verpleeghuizen mogen een bezoeker per bewoner toelaten
  • ‘Veel mondkapjes in verpleeghuizen deugen niet’
  • Het RIVM meldde zondag elf doden en dertien nieuwe ziekenhuisopnames

Wil je teruglezen wat er zondag allemaal in het nieuws was rond het coronavirus? Dat vind je hier.

Verpleeghuizen mogen een bezoeker per bewoner toelaten

Met ingang van vandaag mogen verpleeghuizen weer beperkt bezoek toelaten. Voorwaarde is wel dat op de desbetreffende afdeling geen corona heerst. Daar wordt maximaal één vaste bezoeker per bewoner toegestaan.

Nog niet alle verpleeghuizen gaan meteen open. De organisaties krijgen tot uiterlijk 15 juni de tijd om aan alle randvoorwaarden te voldoen, zoals hygiëne, beschermingsmiddelen en personeelsbezetting. Vanaf half juni moet het in elk verpleeghuis mogelijk zijn om één bezoeker per bewoner op bezoek te laten komen. Het is de bedoeling dat de bezoekregeling na 15 juli verder wordt verruimd.

‘Veel mondkapjes in verpleeghuizen deugen niet’

Veel mondkapjes die in verpleeghuizen gebruikt worden deugen niet. Dat meldt het AD op basis van eigen onderzoek. De krant liet 25 medische mondmaskers testen, die worden gebruikt op corona-afdelingen in verpleeghuizen in het hele land. Daarvan bleek bijna de helft onvoldoende bescherming te bieden.

Veel van de geteste mondkapjes laten teveel virusdeeltjes door, aldus het AD. En van één masker was de houdbaarheidsdatum al tien jaar geleden verstreken. De tests zijn gedaan door Greencycl in Utrecht, dat ook voor ziekenhuizen mondmaskers controleert.

‘Negenduizend huishoudens kunnen huur niet meer betalen’

Bijna negenduizend huurders hebben zich sinds het begin van de coroncrisis gemeld bij hun woningcorporatie omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. Dat meldt NRC op basis van een inventarisatie onder 197 corporaties. Volgens de krant bezitten die samen zo’n 1,6 miljoen sociale huurwoningen van de 2,4 miljoen die er in Nederland zijn.

De hardst getroffen huurders zijn zzp’ers en freelancers die door de crisis hun inkomen hebben zien wegvallen, schrijft de krant. De corporaties verwachten dat de komende tijd meer huurders zich melden met betalingsproblemen, omdat de financiële buffers die sommige huurders hebben opgebouwd op raken.

Deel dit artikel:

Coronacafe Mubarak allemaal!

Ook van de GroenLinks social media stagiare!

Video

Lekker. We gooien het café weer open. Het eerste rondje is van de Oostenrijkse president. Het tweede rondje is van Dominic Cummings, maar alleen als hij twee weken in quarantaine is geweest. Het derde rondje is van Geert Dales, zodra hij zijn royalties binnenheeft. Het vierde rondje krijgt u van de huisbassist. En vanaf het vijfde rondje moet u het zelf maar betalen. We blijven niet bezig zeg.  De muziek is weer van keestelpro, en eigenlijk van u allemaal. Wie te verlegen is voor een praatje kan hier terecht voor een leestip van de meester. Veel plezier met zijn allen! En maak het niet te laat hè. Of wacht. Maak het maar wel te laat. Het is tenslotte maar één keer corona. 
PS BONUS GRATIS INSIDE EXTRA UPDATE KENNISGEVING: Vanaf 0:00 uur is vriendin van de show Mandy Slim (samen met Rob Muntz) te zien op de live webcam van Radio 1 bij Prem Radhakischreeuwsun

Social

Social

Serotonine, of het gemis van eerlijkheid [teringlang, als zondagessay of zo, zie maar]

Wat nu volgt, is lang. Ja, dan maak je maar zin. Of niet. Ieder individu het zijne.

Later dan alle snobs, zelfs later dan pretenderende snobs, las ik Serotonine van Michel Houellebecq. Nooit heb ik tijd, noch het geduld om tijd te maken, voor de opgelegde traagheid van literatuur. Het woord alleen al is vermoeiend. Mijn geringe culturele ontspanning, zover het die naam mag dragen is, bestaat uit het recente filmaanbod op streamingdiensten, binge-bare Netflixproducties (waarvan plotlijnen in toenemende mate door algoritmes worden gecomponeerd teneinde zo min mogelijk klantverlies te bewerkstelligen – een term die hier later terug komt), afgewisseld met geromantiseerde, nostalgie-masserende jaren negentig-montages over OJ Simpson of Michael Jordan. In een gulle culturele bui danwel daartoe aangezet door een cinematofiele vriend: een herschouwing van filmklassiekers van Steven Spielberg, Woody Allen, Stanley Kubrick, af en toe een Hitchcock, oud werk van Martin Scorsese of zijn nieuwste poging die vooral heel veel tijd nam om het sleets geworden sentiment van een ooit zo groots genre te duiden, en in de categorie van de nog meer banale epossen: de intergalactische familiedrama’s van George Lucas. Die laatste zijn overigens ook vooral nostalgie, door sommigen met een vorm van hogere cultuur verward.

Enfin, soms is daar plotseling een echt boek. Geen non-fictie over de vreemde zelfmoord van Europa (Douglas Murray) of het autobiografische werk van een Amerikaanse literaire cultuurcriticus en scriptschrijver die zichzelf in een oorlog met de tijdsgeest aan de zijde van de verveelde doch verontruste verbazing schaart (Bret Easton Ellis), maar een Echt Literair Werk, van een Echte Contemporaine Literator. Na het vinden van wat zeldzame tijd in een huisje in een naaldbos in een oostelijke hoek van Nederland waar de tijd stil lijkt te zijn (althans, voor wie niet dieper kijkt dan het volume van – en de daarin gekoelde promillages in – de ijskast, of de drie knoppen tellende handleiding van het bubbelbad in de tuin) wist ik de genietbare tijd te vinden om me tot Houellebecqs laatste trage letteren te zetten.

De strekking van het verhaal – man van middelbare leeftijd met een hoge ambtelijke functie op het Franse landbouwministerie – zoekt een uitweg uit het leven omdat het voltooid voelt nadat zijn levenslust door zelf veroorzaakte leegte onherstelbaar is beschadigd – is een evolutie van al Houellebecqs voorgaande werk: onderliggend aan het verhaal meandert een bundeling van dédain voor de globalistisch grotesk denkende, maar aartsluie opererende ambtenarij, maar ook voor het almaar ongehinderd groeiende grootbedrijf, terwijl zowel lof als medelijden met de arbeider en de eerlijke hardwerkend onderklasse overal in doorschijnt, het besef van hun tragisch lot gereflecteerd in zijn eigen mondaine en toch kleinburgerlijke leed in een wereld die geen richting meer geeft maar ook nooit genade zal kennen, en die men maar beter kan verlaten zodra de werkelijkheid van het heden op het kruispunt is aanbeland waarop de voorliggende toekomst niet meer het optimisme van het romantische verleden kan veinzen. Voilà, de bekende ironische lachspiegel die de Franse schrijver de lezer altijd voorhoudt. “De romans onderscheiden zich vooral door een originele insteek, interessante plotwendingen en geestige passages – voor wie erom kan lachen”, recenseerde Arnout le Clercq enigszins schamper, of zo proefde me dat toch, namens het Nexis Instituut. Wie zich er in herkent, en de tragiek durft te erkennen, zal zeker lachen.

Leuk
Na het lezen van Serotonine wendde ik me tot recensies van deskundigen in de literatuur, om te toetsen of ik the gist of the genre een beetje begrepen had. Ik weet dat nooit, het is een eeuwige twijfel bij iemand die ooit als tienjarige boekverslinder op de basisschool zijn romans zocht op de grotemensen-afdeling van de gemeentebieb, maar kort daarop in de brugklas werkelijk alle lust in het lezen verloor toen er plots boekverslagen over de onuitstaanbaar faux-getraumatiseerde huilerigheid van de verplichte werken van Harry Mulisch of – als de docent in een hippe bui was – de pretentieuze studentikoosheid van Ronald Giphart moesten worden opgesteld, met daarin hun systematisch ongeïspireerde eisenlijstjes over ‘motief’ of ‘thema’ in boeken die primair pretentieus (Mulisch) of larmoyant leeg (Giphart) waren. Herman Brusselmans en zijn reeks “Ex”-boeken, daar kon je ongeremd om lachen – maar dat mocht dan juist weer niet omdat het geen literatuur heette te zijn, ze waren De Telegraaf van de leestafel, waarmee op mijn oude lyceum de norm werd gesteld dat literatuur vooral niet leuk mocht zijn.

Enfin. Houellebecq, wiens werken toch niet de definitie van ‘leuk’ vertolken, werd jaren later een van de zeldzame auteurs waar ik nog wel eens een boek van oppak. De Kaart en Het Gebied, ik begreep er weinig van. Maar in Elementaire Deeltjes scheen er al wat licht tussen zijn regels door, en Onderworpen is, voor wie kan kaartlezen, een road map naar de (semi-geïslamiseerde) hel waarin Europa uiteindelijk in al haar beste bedoelingen zal vervallen. Ruim een jaar na verschijning kwam ik nu eindelijk toe aan Serotonine, en daarna las ik dus wat recensies.

Om exacte te zijn die van eerdergenoemde Arnout le Clercq, het Volkskrantgevoel van Wilma de Rek, de bijdrage van Erik-Jan Hummel op literair weblog Tzum, Sander Becker in Trouw en Cyrille Offermans’ tirade in de Groene Amsterdammer, die zichzelf in de openingszin al tot de hoofdpersoon van zijn eigen recensie maakt door Houellebecq in een “bekentenis” te bestempelen als zijnde “mateloos overschat”, waarna een krampachtig contrair bedoeld betoog volgt waaruit vooral blijkt dat Offermans zich niet over het (vermeende) wereldbeeld van de schrijver heen kan zetten, omdat het simpelweg het zijne niet is.

Wat zonder uitzondering opvalt, zijn de disclaimers die de recensenten voor zichzelf of hun lezers trachten te incorporeren in hun analyses. Hoewel: Le Clercq van het Nexis Instituut doet dat niet, die prijst het boek maar meent tot zijn spijt dat Houellebecq oorzaken en gevolgen van zijn terugkerende thema’s niet verder uit weet te diepen dan in eerdere werken. Soit, puntje voor Le Clercq, voor wie de Westerse zielepijn (of de wanhopige, maar doodgeslagen zoektocht daarnaar) die de schrijver (mijns inziens tamelijk treffend) tracht te concretiseren kennelijk zelfs nog niet schurend genoeg is. Alle anderen, echter, dekken zich in hun recensies enigszins in tegen de meedogenloze hardheid van het heilloze heden, waarmee Houellebecq zich in zijn schrijven profileert.

Doorgeslagen MeToo-manie
Is het een vorm van angst en afkeer voor de confrontatie met de kille, onbarmhartige werkelijkheid waarin het Westen zich bevindt, en die Houellebecq probeert te forceren, of ontgaat deze journalisten en duiders uit de hogere echelons van ‘s lands media- en cultuurbubbel de wrijving tussen globalisering en de worsteling van het minder bedeelde individu om zich staande te houden in een wereld waarin begeerte tot een plastisch consumentisme is gereduceerd en lust – mede door deze media- en cultuurbubbel – tot een sociaal gevaarlijke emotie is verklaard, of zelfs geïnstitutionaliseerd is geraakt in de doorgeslagen MeToo-manie? 

Dat sociale stempel van populisme krijgt de “schandaalschrijver” in De Groene in ieder geval opgedrukt, want hij dient “lauwe prak” op, dixit de hilarisch hooghartige Offermans, die Houellebecq tracht te reduceren tot een populistische kastelein die zich volgens “de circulaire logica van belangrijkheid” probeert te hoeden voor klantverlies.

Hoewel de meeste hier aangehaalde recensies echt de ironie, of zelfs de humor, en het vileine postmoderne realisme van Houellebecq her- en erkennen, bevreemdt me hun neiging om die ook te beschimpen of weg te wuiven, dan wel te begraven onder een pleidooi voor de romantiek in diens laatste roman (“schitterende liefdesroman” en zelfs een “ode aan de vrouw”, volgens De Volkskrant, waarmee Wilma de Rek enigszins in tegenspraak met zichzelf raakt, maar daarover hieronder meer).

“Kinderachtig seksisme”
Hoewel de Fransman een tamelijk linkssocialistische (of wellicht wat gunstiger geduid: linksliberale) houding aanneemt tegenover de ontembaarheid van de vrije markt (vrijheid heeft alles van waarde verwoest, is een sombere onderstroom in Houellebecqs werken), mag het niet zo zijn dat zijn (ietwat nostalgische? Of zelfs sleetse?) jaren ‘70-sentiment ook nog vervuld is van vleselijke lusten die de generatie van de vrije liefde in de overleveringen toch zo copieus heeft gekenmerkt. Anno heden kan het niet meer, kennelijk. “Vrouwonvriendelijk”, zo wordt z’n literatuur in Trouw getypeerd en in De Volkskrant zelfs nog neerbuigender (en in eerdergenoemde tegenspraak met de “ode aan de vrouw”) als “kinderachtig seksisme”. Trouw voegt er zelfs “homohatend” aan toe, omdat de hoofdpersoon wel eens ‘nicht’ of ‘flikker’ zegt – twee termen die geen echte nicht of flikker zich ooit zal aantrekken, maar voor Trouw kennelijk aanstootgevend zijn.

Maar zelfs ironie mag geen ironie meer heten, want de personages, zo weten we inmiddels toch, zijn gewoon de schrijver zelf, die zich nauwelijks nog moeite getroost om zijn eigen overtuigingen (pro-Brexit, pro-Trumpiaans nationalisme, anti-EU, want dat liet ie zich wel eens in essays of interviews ontvallen, zo somt De Groene op) in een literair laagje te verpakken? Macron, de EU en hun neoliberalisme pruimt de hoofdpersoon inderdaad niet en dat de mens een verwoestende kracht is die de planeet in puin achterlaat – het zal de hoofdpersoon en zijn Mercedes G350 diesel een rotzorg zijn, zolang het beleid daartegen de levens van zijn vroegere vrienden, de landbouw en zijn land eist ten faveure van lelijke technocratie die de opkomende import uit Zuid-Amerikaanse markten stimuleert, met een daaraan volstrekt tegenstrijdig idealisme gekoppeld dat suggereert dat het die import juist wil stuiten om de wereld te kunnen vergroenen.

Tot Einzelgang gedreven
Toch is de ironie onmiskenbaar, zeker over het individualisme dat Houellebechq beschrijft en fel aanvalt. Zijn hoofdpersoon, een tot Einzelgang gedreven vroegere romanticus die zich zijn eigen fouten in het liefdesleven niet kan vergeven, maar ook weet dat hij ze nooit zal kunnen herstellen, citeert Marcel Proust en Thomas Mann als aanbidders van jeugd en schoonheid boven moraliteit, omdat ze erkenden dat vriendschapsrelaties “niets te bieden hadden en pure tijdsverspilling waren”, en dat de intellectuele high society (ergo: een deel van de alhier aangehaalde recensenten) zich misrekent als ze denken dat Proust en Mann intellectuele gesprekken voerden, terwijl ze in werkelijkheid “luchtige liefdes met meisjes in bloei” ervoeren. 

En met die nog steeds naar romantiek proevende rite maakt hij in postmoderne zin onmiddellijk korte metten: “Op dit punt van het betoog sta ik erop dat we ‘meisjes in bloei’ vervangen door ‘vochtige jonge kutjes’”, omdat het “bijdraagt aan de helderheid van het debat, zonder de poëzie ervan te schaden”, aldus de verteller. Lust en begeerte, is wat de biologische klok slaat, de rest is ruis.

En laten we die poëzie nou eens wél schaden: Hoeveel meer dan een “vochtig kutje” is het meisje of de jonge vrouw nog in dit Westen, wanneer het zich via Instragram aan de wereld verkoopt in ruil voor sponsorcontracten met kleding-, lingerie- of makeupmerken, of door reisorganisaties? Waarom zouden eerdere literaire werken, zoals ook door Houellebecq aangehaald en die de liefde en de lust als een romantisch beeld beschrijven, niet een postmoderne update naar alle ranzige eenvoud van de zelfvermarkting mogen krijgen, en waarom is bijvoorbeeld Offermans daar zo afkerig (ergo: bang) van? Het lijkt me onwaarschijnlijk dat een Offermans, een De Rek of een Becker in Trouw romantiek (h)erkennen in de liefdeloze filterwerkelijkheid van het online individualisme als uiterste extent van het Westerse marktmodel.

Vochtige jonge kutjes
Tart het naar het heden vertalen van ‘meisjes in bloei’ naar ‘vochtige jonge kutjes’ (en, voor de seksueel gelijkwaardige volledigheid, ‘zich oprichtende pikken’) soms op confronterende wijze gekoesterde herinneringen aan de schifting van een “romantisch” humanisme, uit een vervlogen maar niet vergeten revolutionaire tijd in een verleden dat nog jeugd had, en de toekomst belofte bood, naar een heden dat tot een banale fysieke beleving met beperkte, repetetieve patronen is verworden en waarin alle idealen zich in het meest gunstige geval chartaal of naar machtsposities hebben vertaald (die overigens niet zelden hand in hand gaan, maar meestal van enig idealisme gespeend zijn).

Doorbreekt Houellebecq een ijzeren ring waarin geconsolideerde en geconserveerde waarheden zijn opgeslagen, die niet mogen worgen getart door een literair auteur die zich niet alleen die idealistische conventies van weleer kan herinneren, maar er genadeloos gehakt van maakt op een manier die zo verruwd realistisch is dat het bijna elke recensent tot een disclaimer dwingt – niet om de eigen lezer te beschermen (of niet voor het hoofd te stoten, uit angst voor klantverlies, ghe), maar om de confrontatie met de banaliteit van de eigen beleving maar uit de weg te kunnen gaan? Romantiek moet zulks blijven en daaraan mag niet door de ruwe realiteit van het zwakke vleselijke leven worden getornd.

Vastklampen aan conformistisch fatsoen
Het bestaansrecht van de hele Europese Unie drijft op dit soort dogmatische disclaimers, op deze als goede bedoelingen vermomde, verstilde schijn van beloftevolle romantiek, van recht en van rede en van bescherming tegen een boze buitenwereld van individuele natiestaten, de enige ‘individuen’ (die in realistische tegenstelling tot een gecollectiviseerde EU juist wél gemeenschappen kunnen vormen), die niet mogen bestaan in een wereld die onderwijl uit steeds hogere torens is gestapeld, met piepkleine venstertjes van rood verlicht ‘kijk mij, ik kan niks maar ik ben wel te koop’-individualisme, maar waarvan de bewoners te allen tijde niet als “vochtige kutjes” of “opgerichte pikken” mogen worden geduid – dat is “vrouwonvriendelijk”, of “fatalistisch, misantroop, populistisch, conservatief” (Trouw) – allerlei negatief geladen termen om het verlichte en opluchtende woord “eerlijk” maar te vermijden, in een wereld die de banaliteit allang gepasseerd is maar zich vastklampt aan een conformistisch fatsoen, dat als een verstikkende deken over de werkelijkheid wordt gehouden: gezond nationalisme als antistof tegen indolent individualisme is een existentieel gevaar, een vochtige kut vrouwonvriendelijk en kinderachtig seksisme, en een opgerichte pik altijd een dader.

Tegenover die negatieve termen ratelt Sander Becker in Trouw ook heus wat complimenteuze termen af: “Grappig, origineel, ontroerend, fascinerend, verrassend, herkenbaar, maatschappijkritisch, stijlvol, virtuoos, confronterend, gelaagd, openhartig, schrijnend, poëtisch en troostend”, letterlijk in die opsomming. Maar de meeste van die woorden hebben geen waarde meer in een tijdsgeest waarin – om het lokaal en actueel te houden – zelfs Claudia de Breij zowel “grappig” als “ontroerend” kan zijn, een interview met een corona-verpleegkundige die gewoon haar werkzaamheden beschrijft “openhartig” mag heten, en werkelijk iedere courantencolumnnist de dertiende in het dozijn is die om de titel “maatschappijkritisch” meent te kunnen strijden met stukjes die altijd een acrostichon vormen voor varianten op het woord “conformisme”.

De waarden waaraan in Trouw negatieve kenmerken worden toegekend, dát zijn de woorden die de relevantie van Serotonine op scherp zetten, in een tijdsgeest waarin sentimentalisme te vaak met troost wordt verward en het tarten van de (elitaire, opgelegde, door slaafse media in stand gehouden) status quo met klef moralisme naar een druppeldood wordt gemarteld, net zo lang tot het restant aan verzet zich nagenoeg dood ging houden (of doorsloeg naar verbale agressie, complottheorieën en zelfs inmiddels politiek geïnstitutionaliseerd vijandsdenken).

Chemische onderdrukking
Als je sommige recensies van Serotonine leest, begrijp je wel waarom de verteller uit het raam wil springen om zich van het leven te beroven. Het is niet zijn eigen ongeluk en ontoereikendheid die hem tot die daad drijven, het is de ondraaglijke armoedigheid van een conformistische wereld die de ironie van vochtige kutjes niet meer durft te benoemen, uit angst om voor vrouwonvriendelijk te worden uitgemaakt. Alsof vrouwen per definitie zo leuk zijn, overigens.

Meer veelzeggend dan het eigen – chemisch onderdrukte – ongeluk en libido van de hoofdpersoon, is de korte maar krachtige passage, tegen het einde van het boek, waarin hij na al zijn vrouwen zelfs ook zijn televisie – na antidepressiva, sigaretten en drank een laatste houvast – verlaat, omdat het conformisme van elkaar met hun eigen bekrompen moraal complimenterende commentatoren hem nog meer uit het raam willen doen springen dan alle fouten, vergissingen en vrouwelijk verdriet dat hij zichzelf op de hals gehaald heeft, en waar hij honderden pagina’s lang (doorspekt van goed geformuleerde, gebroodkruimelde hints over het falen van het kapotvermarkte westen in het algemeen en de ideologisch onmachtige, zo niet hondscorrupte EU in het bijzonder) chemisch gestuurde (en dus van échte romantiek verstoken) melancholie over schrijft.

“Ik probeerde me te interesseren voor de maatschappelijke debatten, maar die periode was teleurstellend en kort: door het extreme comformisme van de sprekers en de trieste gelijkgestemdheid van hun verontwaardiging en enthousiasme kon ik hun bijdragen niet alleen in grote lijn, maar zelfs tot in detail voorspellen, om precies te zijn op het woord af, de commentatoren en experts volgden elkaar op als nutteloze Europese marionetten, de idioten maakten plaats voor idioten en allemaal feliciteerden ze elkaar met de relevantie en de morele juistheid van hun standpunten, ik had zo hun dialogen voor ze kunnen schrijven en zette mijn televisie tenslotte definitief uit, het zou me allemaal alleen nog maar droeviger hebben gemaakt als ik de kracht had gehad om door te gaan.”

Voortekenen van gele hesjes
Ook een cliché natuurlijk, deze alinea, en hoewel de Fransman – soms bijna schamperend – als visionair wordt bestempeld (het gedetailleerd beschreven, dramatisch verlopende boerenprotest van zijn hoofdpersoons enige vriend Aymeric als voorteken van de gele hesjes!), is hij hooguit beter bij de pinken dan de journalisten en culturologen die zijn werk beschrijven, omdat zijzelf precies die uitwassen zijn van de door Houellebecq aangehaalde zelffeliciterende opiniemoraal. En ja, dat is inderdaad grappig en daar kun je tijdens het lezen om lachen, Le Clercq.

Bovenal en als belangrijkste verschil is Houellebecq misschien media savvy, wat De Groene hem bijna lijkt te verwijten, maar toch echt niet opportunistisch genoeg om te zwijgen over de naargeestige, lege realiteit van een westen dat op een dood spoor zit, maar desondanks denkt dat de wissel niet omgezet hoeft te worden zolang we allemaal maar blijven denken (of ons laten doen geloven) dat aan het einde van de huidige lijn óók een vorm van bevrijding wacht. De EU, “inclusiviteit”, “diversiteit”, u kent de lege idealen en de holle termen wel. En wellicht, wie weet, is een trage collectieve suïcide inderdaad ook wel een vorm van bevrijding waar we onszelf – verdoofd door de libido-dodende eenzijdigheid van debat en polemiek, van romantiek en lef, van levenslust en jeugd – naartoe laten denderen. Ieder binnen de kaders van z’n eigen Instagramvenstertje, uiteraard.

De ware teleurstelling is niet die van een schrijver die een gebroken levenslust niet meer weet om te buigen in optimisme, het is zijn opzichtige besef dat anderen de collectieve leegte – in politiek correcte disclaimers – op zijn conto proberen te schrijven, in plaats van op ons allen, en zichzelf.

Onverwerkt geluk en onuitroeibare hoop
Deze tijdsgeest kampt niet met een onverwerkt verleden, noch met een geromantiseerde versie daarvan. De huidige westerse wij is opgemaakt uit individuele slachtoffers van onverwerkt geluk, in een wereld die zo veel digitale filters op z’n werkelijkheid plakt, dat het geen individueel ongeluk van gefabriceerd geluk meer kan onderscheiden – en wie de spiegel omhoog tracht te houden, loopt het risico met sociale stigma’s te worden gediagnosticeerd. Want we zijn niet ziek, we zijn ongeneeslijk beter, en iets anders mogen we niet horen. Althans niet te veel.

Wie Houellebecq in beschimpende zin als ziener verwerpt, conformeert zichzelf kennelijk liever aan een construct. En daarin profileert zijn bijna unieke onverschilligheid zich als profetie van deze in zorgvuldig gekweekte leugens, laf opportunisme, vrome ijdelheid en onoprechte lelijkheid geconstrueerde tijd. Een beetje koketteren met een naar depressie neigende dwarsdenker die probeert een spiegel omhoog te houden, dat lukt velen nog wel. Maar wanneer je ook Claudia de Breij en Arnon Grunberg hebt om je ware geleidende licht te zijn, wie wil er dan nog luisteren naar een auteur die feitelijk een verloren zaak predikt?

Zelfs dat antwoord heeft Houellebecq paraat, en zoals het een oprecht profeet betaamt uiteraard in vragende vorm: “God wat is hoop moeilijk uit te roeien, wat is hij hardnekkig en gewiekst, zijn alle mannen zo?”

Reddingsbrigade ‘coronaproof’ klaar voor de zomer: ‘Liever niet kitesurfen’

Bij de reddingsbrigade zijn afspraken gemaakt over hoe het houden van anderhalve meter afstand in de praktijk werkt. Ook heeft de veiligheidsregio Haaglanden persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld, daar leren de vrijwilligers nu mee omgaan.

Voor lifeguards is het tijdens een inzet echter niet altijd mogelijk die te gebruiken. ‘Dan wordt het heel moeilijk om coronaproof, met een masker en handschoenen, de zee in te gaan’, zegt Roel Batelaan, voorzitter van de Monsterse Reddingsbrigade. ‘Als een drenkeling uit het water is, gelden de richtlijnen weer en gebruiken we de beschermingsmiddelen.’

‘Liever niet kitesurfen’

De reddingsbrigades roepen daarnaast op om geen risicovolle sporten zoals kitesurfen te beoefenen. ‘Stel dat er iets gebeurt met een kitesurfer, dan moeten onze vrijwilligers het water in om deze persoon te redden. Onthoud je dus even van het sporten, zoals de overheid ook heeft gevraagd om de motor in de garage te houden. Wees verstandig en zet niet het leven van onze vrijwilligers op het spel’, aldus Batelaan.

Zoals het er nu naar uitziet, blijven veel Nederlanders thuis om daar vakantie te vieren en zullen ze daarom misschien meer op het strand te vinden zijn. Batelaan: ‘We denken dat veel mensen naar het strand gaan komen. We hebben natuurlijk geen taak in het managen van mensenmassa’s, maar zullen het wel drukker krijgen. Daar zijn we klaar voor.’

LEES OOK: Reddingsbrigade worstelt met corona: ‘Fysiek contact met drenkeling niet te voorkomen’

Uitkering voor ruim 10.000 Haagse zzp’ers vanwege coronacrisis

DEN HAAG – Ruim 10.000 zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) hebben sinds de coronacrisis inkomensondersteuning gekregen van de gemeente Den Haag. Zij deden een beroep op een speciale regeling, omdat zij geen of veel minder werk hadden door de crisis. Veel zzp’ers zitten hierdoor ‘echt in nood’, zei wethouder Bert van Alphen zaterdag in Spuigasten op Den Haag FM.

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) geldt voor zzp’ers die als gevolg van de coronacrisis een inkomen onder het sociaal minimum hebben. Ze ontvangen drie maanden lang maximaal 1.500 euro netto per maand. Deze inkomensondersteuning hoeft later niet te worden terugbetaald.

Zzp’ers die een liquiditeitsprobleem hebben waarvoor bedrijfskrediet nodig is, kunnen ook een beroep doen op de Tozo. Zij kunnen een lening voor een bedrijfskapitaal krijgen tot maximaal 10,157 euro, tegen 2 procent rente.

Acute geldnood

De aanvragen voor de regeling liepen storm, eind maart raakte de website van de gemeente zelfs overbelast. In Spuigasten benadrukte wethouder Van Alphen dat de inkomensondersteuning alleen bedoeld is voor zzp’ers die in acute geldnood verkeren. ‘Er zitten ook veel mensen tussen die een beetje het idee hebben: niet geschoten is altijd mis’, beweerde de wethouder. Volgens de GroenLinks-bestuurder kan dat niet de bedoeling zijn.

‘Aan het begin van deze crisis is door de staatssecretaris een moreel beroep gedaan: ‘Maak er alleen gebruik van als je echt niet anders kan, want anders loopt het uit de klauwen’. Je merkt dat niet iedereen daarnaar geluisterd heeft. Dat is vervelend voor iedereen die daadwerkelijk in nood is.’

Geen misbruik

De gemeente Den Haag blijft alert of mensen geen misbruik maken van de Tozo. Het gaat dan om Haagse zzp’ers die volgens de wethouder ‘wel op een andere manier aan hun eten kunnen komen’. Van Alphen: ‘In tegenstelling tot de andere G4-steden hebben wij wel een vorm van controle uitgevoerd. Zeker ook om te voorkomen dat mensen achteraf worden geconfronteerd met het terugbetalen van grote hoeveelheden geld.’ Waar de controles zich precies op richten, is niet duidelijk. Wel beloofde de gemeente eerder dat er geen vermogens- of partnertoets zou worden gedaan.

Doordat de aanvragen de controles moesten doorstaan, heeft de behandeling van de aanvragen van zzp’ers wat langer geduurd, aldus de wethouder. Een andere reden was dat mensen uit andere gemeenten ook hun aanvragen bij de gemeente Den Haag indienden. Mede daardoor was de website van de gemeente overbelast.

14.679 aanvragen van zzp’ers

Om precies te zijn hebben 10.184 zzp’ers een voorschot van de gemeente uitgekeerd gekregen. Nog niet alle aanvragen zijn gehonoreerd. In totaal hebben 14.679 zzp’ers inkomensondersteuning aangevraagd bij de gemeente Den Haag.

LEES OOK: Zzp’ers in nood melden zich massaal bij gemeente Den Haag

Deel dit artikel:

Kijktip: By the way, Woody Allen is innocent

Hoe #MeToo, een seksuele pandemie die meer nevenschade aanrichtte dan echte patiënten kende, zijn wortels had in een kindermisbruikbeschuldiging uit 1992 tegen regisseur Woody Allen door actrice Mia Farrow.

Video

Je kan meteen op play klikken en kijken of het bevalt, maar deze documentaire behoeft misschien enige introductie, aangezien het diep graaft naar de MeToo-beweging, en de doodzieke wortels die de Farrow Family daarvoor (mede) geplant heeft.

Dus eerst even terug naar oktober 2017. Het was Ronan Farrow, zoon van actrice Mia Farrow en regisseur Woody Allen, die een wereldwijde #MeToo-pandemie in gang zette in The New Yorker, met zijn exposé van Hollywood mogul Harvey Weinstein en diens ranzige reputatie als aanrander, plantenfapper en afperser van seksuele diensten bij zowel jonge en talentvolle, als gevestigde actrices. Het zette een kettingreactie in gang die van Los Angeles tot aan San Francisco van Jole mannen in hun witte onderbroek zette als misbruikers van machtsposities. Maar #MeToo veroorzaakte ook veel nevenschade, onnodige vertrouwensbreuken tussen vrienden en collega’s, en leidde tot een ongezonde cultuur van “believe all women” en “believe all victims”, waarbij een (1) beschuldigende vingerwijzing al snel gelijk kon staan aan aanklacht, rechtszaak en veroordeling. 

Seksueel spel met grensoverschrijdende scheefgroei
In de maandenlange shitstorm rond seksuele intimidatie, waarbij daders en vermeende daders elkaar in hoog tempo opvolgden, werd fact checking van ondergeschikt belang boven clickbait terwijl de ene publieke prominent na de andere news anchor van zijn voetstuk geduwd werd. Het duurde tot – nota bene – de AppleTV-productie “The Morning Show” dat er wat weifelende anderzijds tegenover het ijzeren enerzijds werd gezet: zijn relaties op de werkvloer, ook in ongelijke gevallen, niet altijd al een onderdeel van ‘normale’ menselijke verhoudingen geweest, die soms goed en soms slecht uit kunnen pakken maar die niet per definitie kwaadaardig of malicieus geladen zijn? Niet iedere affaire is een machtsspel of een carrièrekeuze, laat staan aanranding of verkrachting. En zijn vrouwen zelf ook niet onderdeel van dat spel, waarbij het in de meeste gevallen onduidelijk is waar het spel stopt en de grensoverschrijdende seksuele scheefgroei begint?

Een van de sterrenstandbeelden die door MeToo van zijn voetstuk werd getrokken, is NBC-anchor Matt Lauer. Of die hier bekend is of niet (wiki), of dat een leuke vent of een eikel is, en of die schuldig of onschuldig is, dat weten wij niet. Wel een feit, en daarom is hij relevant in dit verhaal, is dat hij vorige week zelf op basis van eigen onderzoek een rather compelling article heeft geschreven waarin hij de passages in het boek “Catch and Kill” van Ronan Farrow (oktober 2019), waarin Lauers vermeende misdragingen beschreven staan, goed onderbouwd en met degelijke bronnen uiteen trekt. Daarmee weet hij enkele beschuldigingen tegen zijn persoon toch zeer geloofwaardig te ontmantelen (zonder zichzelf als slachtoffer te portretteren, of bepaalde misdragingen te ontkennen), en waarbij Ronan Farrow en passant niet bepaald de Golden Gay van de vrouwenbevrijding blijkt te zijn, een rol waarvoor hij door de MSM al jaren wordt gelauwerd.

‘Safety and popularity over fairness and truth’
In een begeleidend schrijven op Mediaite.com, waar Lauer z’n stuk plaatste, beschrijft mede-talkshowhost John Ziegler (zonder Lauers onschuld te bepleiten!) dat geen enkele andere (mainstream) publicatie Lauers verweer wilde afdrukken. Wederhoor, in de eigen woorden en na eigen onderzoek van een hooggeplaatste beklaagde? Ondenkbaar! Het is veelzeggend over de rol van de MSM in #MeToo, die, in de woorden van Ziegler, “values safety and popularity over fairness and truth, combined with the incredible power of the #MeToo movement and Farrow’s special untouchable status within the elite media club.” Dat brengt ons op bovenstaande, uiterst boeiende knutseldocumentaire van Rick Worley, een gay striptekenaar uit San Francisco (en dus at first glance bepaald geen conservatief-Republikeinse kracht), die vorige week op zijn YouTube-kanaal verscheen.

Zonder de afbreuk die de schreeuwerigheid van Project Veritas-onderzoeker James O’Keefe altijd aan zijn eigen werk doet, heeft Worley een onderhoudende onderzoeksdocu van bijna 2,5 uur gemaakt over de beschuldigingen van misbruik die Woody Allen al bijna dertig jaar achtervolgen, omdat zijn ex-vrouw Mia Farrow en haar (adoptieve) dochter Dylan hem sinds begin jaren ‘90 betichten van een eenmalige seksuele aanranding. Die daad is nooit bewezen, de beschuldigingen zijn regelmatig herzien of gewijzigd, en de bewijzen van het tegenovergestelde zijn vele malen sterker dan de beschuldiging.

De vele zelfmoorden rond Mia Farrow
Meer nog dan dat, wordt in bovenstaande documentaire uitgebreid, onderbouwd en zeer gedetailleerd uiteen gezet hoe het gezin van Mia Farrow (die zich helemaal suf adopteerde aan een internationaal palet aan kleurrijke kinderen die ze niet zelden ook doodleuk weer in de steek liet, waarvan enkelen zelfmoord pleegden en anderen aan drank, drugs of simpelweg vermist raakten) bijna sektarische vormen aan nam. Haar grootste troetelkind was Ronan (die geboren werd als “Satchel” – rugzak), waar Woody Allen de vader van is maar waar Mia Farrow in 2013 in Vanity Fair over gezegd heeft dat Frank Sinatra (haar eerste man) ook best de vader zou kunnen zijn. Die sliep tot zijn elfde in haar bed, en dat is bepaald niet de enige opvallende afwijking in zijn leven.

Ronan heeft het verhaal van zijn adoptieve zus Dylan altijd ondersteund, dus tegen Woody Allen, en over beide kinderen bestaat een sterk vermoeden dat Mia Farrow (zelf een vrouw met vele complexen) hen geïnstrueerd, geprogrammeerd en/of geïndoctrineerd heeft. De documentaire betracht zo veel mogelijk objectiviteit, permitteert zich hier en daar een grap, staat bol van het gedegen bronmateriaal, en stelt in ultimo de vraag: Is Harvey Weinstein door Ronan Farrow ten val gebracht, omdat hij de producent was van veel films van Woody Allen?

#MeToo is morsdood
Zo ja, dan doet dat natuurlijk aan zijn bewezen schuld helemaal niets af. Maar wie de documentaire “By the way: Woody Allen is innocent” in zijn geheel bekijkt, ontkomt er niet aan om zichzelf die vraag hardop te stellen. Woody Allen wordt door de Farrows beschuldigd van het inzetten van een “geoliede mediamachine” die zijn onschuld moet propageren (de docu herinnert er fijntjes aan dat Allen nog steeds al zijn teksten op een oude typemachine schrijft), maar de werkelijke perslawines lijken toch echt die van matres familias Mia. En Ronans rol in het geheel is buiten de succesvolle ontmaskering van Harvey Weinstein bepaald geen journalistiek zuivere – maar dat maakt, zo weten we ondertussen wel, niet zo veel uit in tijden waarin we “all women” moeten “believen”. 

Verdere extrapolatie over #MeToo, de rol van betrokkenen, met name in Hollywood en de MSM (ook de Nederlandse, trouwens) en de internationale golf van carrière-besmeurende of -vernietigende aantijgingen die er op volgden, waarbij de ene Brett Kavanaugh de andere Joe Biden niet bleek te zijn, laten we lekker aan lezer en kijker. Maar als je het ons vraagt: de mainstream media, ze zijn morsdood. En #MeToo ook.

Zoektocht vermiste surfer gestaakt: niets gevonden bij Noordelijk Havenhoofd

De hond had mogelijk een spoor opgevangen, maar het kon volgens een politiewoordvoerder ook niet zo zijn. ‘Iedere aanwijzing wordt serieus onderzocht’, aldus de woordvoerder. Iets voor 16.00 uur waren daarom veel hulpdiensten aanwezig, waaronder duikers van de brandweer en leden van het SAR-team die zondag op zoek waren naar Mathijs.

De entree van het Havenhoofd werd aan het einde van de middag afgesloten. Ook aan de strandzijde mochten mensen niet in de buurt van de basaltblokken komen. Rond 17.00 uur werd de zoektocht gestopt en vertrokken de hulpdiensten omdat er niets aangetroffen was. Over een eventuele nieuwe zoektocht is nog niets bekend. ‘Zodra de weersomstandigheden het toelaten, zal weer gezocht worden’, aldus de politiewoordvoerder.

Van de hoofdredactie: Surfdrama Scheveningen maakt veel los

Wanneer je eigen kinderen hebben gespeeld in de zee die onlangs het leven nam van vijf vitale, jonge mensen komt dat extra hard binnen. De zee geeft en de zee neemt, dat weten ze in Scheveningen maar al te goed, en de herkenning met wat zich daar heeft voorgedaan is enorm.

Het verklaart mede waarom de gebeurtenissen van die 11de mei zoveel impact hebben gehad. Ondanks een zoekactie bij het Noordelijk Havenhoofd in Scheveningen vielen vijf doden te betreuren. Naar een van hen wordt nog gezocht. Ook voor verslaggevers van deze omroep was het bijzonder. Ook zij kennen de omstandigheden als geen ander, soms ook omdat zijzelf surfer zijn.

Ontwikkelingen uitvoerig gevolgd

Omroep West heeft de ontwikkelingen in Scheveningen op alle kanalen uitvoerig gevolgd. Twee nieuwsmomenten springen eruit. Het verhaal waarin wij beschreven wie deze jongemannen waren werd massaal gelezen en gedeeld, alles bij elkaar namen ruim 3,5 miljoen mensen er kennis van. Ook waren we erbij toen van twee van hen afscheid werd genomen.

Zeker bij deze verhalen kwamen voor ons de menselijke-ik en de werk-ik bij elkaar. Je merkte aan alles dat de reikwijdte van het surfdrama groot was, niet alleen om er vanuit je professie over te moeten berichten, maar ook omdat het persoonlijk leed van alle betrokkenen op de redactie enorm binnenkwam.

Praten over de keuzes

Ik hecht eraan te vertellen dat we altijd, maar zeker nu, op de redactie dan met elkaar praten en debatteren over het maken van de juiste keuzes. Juist omdat het leed in de samenleving groot is. Dat pakt niet voor alle lezers, luisteraars en kijkers goed uit, zo hebben we ervaren. Terwijl aan de ene kant duizenden mensen bijvoorbeeld ons verhaal deelden over ‘wie de jongens waren die zo hielden van de zee’ en van warm commentaar voorzagen, waren er ook mensen die ons betichtten van ‘platte journalistiek, er zitten families, vrienden en geliefden achter deze jongens’.

Eenieder heeft recht op z’n mening, vanzelfsprekend. Daarom is het goed dat ik hier vertel dat juist in situaties als deze onze redactie contact zoekt met contactpersonen rond de betrokken familieleden zelf. Dat heeft geleid tot wat we hebben gedaan. Onder meer een verhaal, vanuit ons hart geschreven, over wie – zo gepassioneerd voor de zee juist door die zee – waren omgekomen. Meelevend, begaan.

Afscheid laten zien

Het afscheid hebben we eveneens laten zien, ook juist omdat er zoveel betrokkenheid vanuit de samenleving werd getoond. We hebben met onze verslaggeving, zo blijkt uit reacties, heel veel mensen troost geboden. Maar we hebben ook vernomen dat niet iedereen zich kon vinden in de wijze waarop we van het afscheid verslag deden en onder anderen nabestaanden lieten zien. ‘Te close in beeld gebracht, gun ze hun privacy’, was onder meer de kritiek. Laat gezegd zijn dat we met betrokkenen afspraken hebben gemaakt over wat we wel en niet zouden filmen. En we hebben dat als collega’s vooraf besproken.

Afstand houden was het parool, niet van te dichtbij, op de rug, niet inzoomen. Dat is grotendeels gerealiseerd, maar wanneer je de beelden nu terugkijkt mag je concluderen dat dit niet op elk moment is gerealiseerd. Dat is spijtig, je krijgt er pijn in je buik van – te meer daar alle gebeurtenissen onze redactie bepaald niet onberoerd hebben gelaten. En dat juist dan zorgvuldigheid hier bij Omroep West voorop dient te staan. Dat hadden we soms anders moeten doen, ook al is er vanuit de direct betrokkenen geen onvertogen woord over gevallen.

We blijven de gebeurtenissen volgen

We leven mee met nabestaanden van de surfers, vrienden en eenieder die is geraakt. Bij Omroep West blijven we de gebeurtenissen volgen. Ook om bijvoorbeeld te zien of we meer te weten gaan komen over wat dit surfdrama heeft veroorzaakt. Wanneer we beter kunnen gaan begrijpen wat er is gebeurd, helpt dat allicht toekomstige slachtoffers voorkomen.

Hoofdredacteur Henk Ruijl bespreekt in deze rubriek actuele onderwerpen uit het nieuws van Omroep West. Hoe kwam een onderwerp tot stand? Welke keuzes zijn er gemaakt en waarom? Wat ging goed en wat kon beter?

Heb je vragen naar aanleiding van de berichtgeving van Omroep West? Een vraag, kritiek of een compliment? Neem dan contact op via henk.ruijl@omroepwest.nl

Feynman en/of Feiten – Wat is een leven waard?

Deze shutdown heeft ruim veertigduizend Nederlanders gered

43 miljoen Amerikanen hebben in negen weken een werkloosheidsuitkering aangevraagd. Dat is een kwart van hun beroepsbevolking, meer dan de 37 miljoen gedurende 18 maanden tijdens de complete kredietcrisis. Een getal dat nog gaat stijgen, want 15 staten delen nog geen gegevens. Hun economische malaise komt vanzelf onze kant op.

Langzamerhand kunnen we schatten hoeveel mensen we met deze shutdown hebben gered. 2850 mensen hadden een intensive care bed nodig. Daarvan zijn er 814 overleden, 459 zijn herstellende maar hebben het ziekenhuis nog niet verlaten en 1276 hebben het ziekenhuis levend verlaten. Het harde werk in de zorg heeft via de IC ruim tweeduizend mensen gered, waarvoor hulde.

Ondertussen meet het RIVM via een steekproef bij enkele procenten van de mensen antistoffen. Groepsimmuniteit komt pas bij zestig procent, zonder al deze maatregelen was de IC-behoefte twintig keer zo groot geweest. Voor de groep die ook met de beste zorg komt te overlijden, verkort dat de lijdensweg, voor de groep die met de juiste hulp het net overleeft is dat levensgevaarlijk.

Omdat nooit in die mate in beademingsapparatuur, IC-verpleegkundigen of medicijnen voorzien kon worden, zou dat voor twintig keer ruim tweeduizend mensen fataal zijn geweest. Deze shutdown heeft ruim veertigduizend Nederlanders gered. Dat is driekwart van het Johan Cruijff Stadion. Voorlopig, want met een tweede, derde of zoveelste golf kunnen deze mensen alsnog sneuvelen.

De volgende vraag is, wat heeft het ons gekost? Ons Bruto Binnenlands Product is in de tweede helft van maart met procenten gedaald. Dit is niet alleen het gevolg van onze interne maatregelen, maar ook dankzij maatregelen bij onze handelspartners. De export daalde in maart met vier procent. De exportradar is over april en mei negatief. De gifbeker is nog niet leeg.

Het gaat jaren duren voordat het vertrouwen terug is, mensen weer hun laatste euro aan luxe verbrassen en geld weer decadent rolt zoals vanouds. Om deze schade deels te vergoeden en de economie in leven te houden was er een eerste noodpakket van 10 tot 20 miljard en een tweede van 13 miljard. In totaal leent onze staat 45 tot 65 miljard om dit en misgelopen belastingen te betalen.

Tientallen miljarden, tienduizenden mensen, het zijn getallen waarbij geen voorstelling te maken is. € 55.000.000.000 / 40.000 = € 1.375.000. Per voorkomen coronadode gaan we een miljoen driehonderdvijfenzeventigduizend euro lenen om een kwartaal aan economische depressie te overbruggen. Geld dat primaire banken verzinnen in een terminaal systeem.

Met de kennis van nu lijkt dat misschien wat overdreven en duur. Zeker gezien in 2014 al een plafond van € 80.000 per gewonnen levensjaar geopperd werd. Dan heb je gemiddeld 17 gewonnen jaren per voorkomen coronadode nodig om die norm te halen. Dat is volledig onmogelijk, de meeste slachtoffers zijn op leeftijd met onderliggende medische problemen.

Het virus is mild voor jongeren, en maakt weinig doden onder de beroepsbevolking. De permanente schade door littekenweefsel in de longen wordt voor het gemak door iedereen vergeten. Hulpverleners blijken in New York minder vaak het virus te krijgen dan de lokale bevolking. Beschermingsmiddelen zoals mondmaskers werken.

Welke maatregelen of risico’s we nemen, en wat die mogen kosten wordt daarmee een beleidsvraagstuk. Wat een mensenleven waard is, is een ethische discussie. Eentje die zo ingrijpend is, dat die niet door ethici, maar door jullie gevoerd moet worden. Dit blijft een land geregeerd door het volk, niet door een toetsenbordridder.

Laten we de eerstvolgende keer dat een minister van gezondheidszorg zegt dat er geen geld beschikbaar is voor een behandeling van een baby, even terugdenken naar wat we vandaag allemaal voor elkaar overhebben om opa en oma in alle eenzaamheid ietsje veiliger oud te laten worden. De economie ligt stil, de schatkist wordt opengerukt, ondernemers krijgen in vertrouwen geld.

Als dat geld nu verzonnen, geleend en opgekocht door de ECB kan worden, waarom kan dat op andere momenten niet? Bestaat de schaarste echt? Of weigert iemand op een knopje te drukken? Voor mij maakt het niet uit of je de stekker er niet in steekt, of zoals Valentijn in de verfilming van De Kleine Blonde Dood er bij de kleine Mickey uittrekt. Het effect is hetzelfde.

Waarom moeten artsen nee verkopen, terwijl politici & bankiers spelen met geld?

Anderhalve meter-maatjes herinneren winkelend publiek Leiden aan coronamaatregelen

‘Het gebeurt soms dat het in de Haarlemmerstraat te druk is’, vertelt Jasper, een van de maatjes. ‘We maken mensen ervan bewust dat anderhalve meter afstand houden echt nodig is. Mensen zijn welkom, zolang ze die afstand houden.’

De maatjes hebben daarnaast speciale borden. Bij het groene bord zijn mensen welkom in een straat, zolang ze maar afstand houden. Op het oranje bord staat dat het druk is en of je het gebied niet wil betreden. ‘Behalve als je er voor iets noodzakelijks heen moet’, aldus Jasper. Het rode bord spreekt voor zich, daarop staat de tekst: ‘Te druk, kom een ander moment terug.’

Maatregelen

De maatjes en hun borden horen bij een pakket van maatregelen waarmee de gemeente Leiden probeert te voorkomen dat het te druk wordt in de binnenstad. Dat bleek nodig: eerder deze maand moest de Haarlemmerstraat worden afgesloten omdat er te veel mensen aanwezig waren in de winkelstraat. Andere maatregelen zijn bijvoorbeeld looprichtingen op straat.

Afstand houden in de straat is dan ook lastig, geven veel mensen toe. ‘Ik ben het ermee eens, maar je denkt er niet altijd aan’, zegt een meneer over de regels. En een ander zegt: ‘Het is haast onmogelijk in zo’n drukke stad. Het kan denk ik ook niet altijd.’

Enquêtes

Naast het omhoog houden van de borden en het herinneren aan de regels, hebben de maatjes nog een taak. Ze houden enquêtes onder het winkelend publiek. ‘We willen bijvoorbeeld weten waarom die mensen nou op een zaterdag komen? Zaterdag is een drukke dag, ga dan liever niet naar het centrum. Als we weten wat erachter zit, kunnen we onze campagnes misschien aanpassen.’

LEES OOK: Deze maatregelen moeten drukte in winkelstraten Leiden voorkomen